Nieuws

Awards & Pers

Wat kun je zelf doen in de couveuse tijd?

Als je kind in de couveuse ligt met ademhalingsapparatuur, monitoren, infuus, enzovoorts lijkt het alsof je als ouder niets meer kunt doen. Het lijkt alsof je je kind moet delen met het verplegend personeel. Dit lijkt misschien zo, maar is vanzelfsprekend volledig onjuist! Het beste is om met het verplegend personeel een team te vormen en samen voor je baby te zorgen.
Hierna wordt ingegaan op wat je als ouder zoal kunt doen:
- moedermelk kolven
- op de couveuse letten (verduisteren, matrasje, kreukel-oortjes)
- buidelen of kangoeroe뮼br>
Tot slot wordt nog ingegaan op de vraag wat een vroeggeboorte voor ouders betekent.

Moedermelk

Een van de dingen die het verplegend personeel in elk geval niet zonder hulp voorhanden heeft is moedermelk. In moedermelk zitten allerlei afweer- en bouwstoffen die door de moeder worden "meegegeven" en onmogelijk zijn na te maken. Zoals bijvoorbeeld het enzym lipase, dat het vetopnamevermogen van baby's vergroot. Als het ook maar enigzins mogelijk is om moedermelk af te kolven dan is dit aan te raden. Afgekolfde moedermelk kan worden ingevroren en in de magnetron worden opgewarmd om vervolgens via een sonde te worden toegediend. Uit onderzoek is gebleken dat het bewaren van de moedermelk of het in de magnetron verwarmen ervan nauwelijks gevolgen heeft voor de hoeveelheid vet in de melk. Wel is vastgesteld dat moedermelk die via de sonde wordt toegediend minder vetoplosbare vitamines bevat doordat deze als het ware blijven plakken aan de spuit of de sonde (Tacken et al., 2006). Voor de prematuren wordt ondere andere daarom aan moedermelk nog "krachtvoer" toegevoegd. Het verrijken van moedermelk is ook nodig omdat in de baarmoeder via de placenta allerlei stoffen aan de baby worden gegeven en juist in de laatste drie maanden van de zwangerschap worden door de baby voorraadjes aangelegd van bouwstoffen (bijv. ijzer). Bij een vroeggeboorte is de prematuur daar niet aan toegekomen en dit kan worden geompenseerd door geconcentreerd eiwitrijk BMF (Breast Milk Fortifier) toe te voegen aan de moedermelk; eventueel verder verrijkt met spoorelementen als zink, magnesium, koper en ook vitamine B6.
Het aanbieden van de moedermelk kan starten met minimale sondevoedingen van 1 cc; dit is natuurlijk zeer weinig en past net in een prematurenmaagje. Ondanks dat het nogal een gedoe is met afkolven en opwarmen, is het toch belangrijk om het geven van moedermelk te overwegen omdat het meer belangrijke voedingsstoffen bevat dan flesvoeding.
Uiteindelijk kan na een periode van afkolven, en ongeveer rond 36 weken (bij het ontstaan van zuigreflexen), zelfs tot borstvoeding worden overgegaan. Het geven van borstvoeding aan prematuren is niet altijd even eenvoudig om niet te zeggen dat het je geduld op de proef stelt. Hier is een uitgebreid stappenplan te vinden.
 

Rond de couveuse

Naast het geven van moedermelk kun je als ouder op de couveuse letten. Dit klinkt op het eerste gezicht nogal eigenwijs, maar een beetje assertiviteit kan geen kwaad. En natuurlijk is er deskundig personeel, maar dit blijven mensen met ieder eigen idee뮠over de verzorging van een couveusebaby. Daarnaast worden soms kleine, maar belangrijke dingen misschien in de haast vergeten.

Voor de pasgeborene gaat het verblijf in een couveuse gepaard met veel prikkels, zoals pijn, licht, geluid en veelvuldige aanraking tijdens de medische en verpleegkundige handelingen. Deze prikkels verstoren het fysiologisch ritme en zijn een bron van stress, die tot uiting komt in gedragsveranderingen, veranderingen van autonome functies (zoals bloeddruk, hartfrequentie en ademhaling) en veranderingen in de hormonale regulatie (zoals een stijging van adrenaline-spiegels) (Benedict & Graham-Smith, 1978). Aangenomen wordt dat deze stress een belangrijke rol speelt voor het optreden van latere ontwikkelingsstoornissen. Om licht- en geluidsprikkels te vermijden is het verstandig om met het personeel te bespreken wanneer er over de couveuse een doek gelegd mag worden. Een doek houdt namelijk geluiden en licht (ook de flitsen van andermans alarmen) buiten en dat is veel rustiger voor de baby. Baby's slapen in de baarmoeder zeker 80% van de tijd met nagenoeg geen verstoringen (Strauch et al., 1993), terwijl in en om de couveuse veel geluid is waardoor de rust frequent wordt verstoord. Een studie van Saunders (1995) toont aan dat het verminderen van lawaai simpel en tegen lage kosten kan. Hij onderzocht de geluidsniveau's binnen en buiten de couveuse, zowel afgedekt als onafgedekt met een deken. Gemiddeld reduceerde een deken het geluidsniveau tot 57.9 dB, terwijl het geluidsniveau in een onafgedekte couveuse varieerde tussen de 70 en 80 dB. Klik op de onderstaande link om te zien wat dit betekent.
Te veel of te hard geluid heeft negatieve gevolgen voor de groei en ontwikkeling. Naast verstoring van de rust, kunnen door al die te harde geluiden zelfs gehoorbeschadiging optreden of gedragsveranderingen worden veroorzaakt. Bremmer et al. (2003) geven aan dat de onvoorspelbaarheid en de verhoudingsgewijs te luide geluiden een verhoogd hartritme en ademhaling veroorzaken. Deze risico's worden verkleind door het dragen van oorwarmers (Zahr en De Traversay, 1995) en maatregelen die worden genomen bij de inrichting van de couveuse afdeling: geluidsabsorberend vinyl, plaats van de telefoon, enz.. Een studie van Philbin and Klass (2000) beschrijft zelfs de directe relatie tussen verhoogde geluidsniveaus en (overmatige) conversaties van het personeel. Evans en Philbin (2000) adviseren bijvoorbeeld visuele signalen in plaats van telefoongerinkel, het voeren van gesprekken op behoorlijke afstand van de couveuse, het direct reageren op alarmen en huilende kinderen, verbieden van radio's en het minimaliseren van het openen van couveusedeuren. Staatje van geluidseffecten in couveuse (American Academy of Pediatrics, 1997). Nagorsky Johnson (2003) beschrijft dat het onvoldoende adequaat reageren op alarmen het niveau van omgevingsgeluid onnodig verhoogd. Tevens geeft zij aan dat het gebruik van verrijdbare rontgenapparatuur nogal eens tot onnodige geluidshinder leidt. Door rontgenonderzoeken vooraf aan te kondigen en daarmee het verplegend personeel de tijd te geven om ruimte te maken, kon het geluidsniveau meer dan gehalveerd worden.

In de Verenigde Staten is zelfs met veel succes de zgn. NIDCAP methode ontwikkeld, waarbij NIDCAP de afkorting is van Newborn Individualized Developmental Care and Assessment Program’. De methode houdt kort gezegd in dat op basis van zeer systematische observatie van de baby en zijn gedrag de verzorging wordt aangepast. Daarnaast is de methode erop gericht de hechting tussen ouders en kind te bevorderen. Hierdoor wordt veel stress bij de prematuur beperkt en dit leidt tot aanmerkelijke bekorting van de ziekenhuisopname, duur van de beademing en minder hersenbloedingen. (Lawhon, 1997). Op de langere termijn treden minder problemen in het gedrag op en ontwikkelt de groei zich ook beter (Als et al., 1994). Ook in Nederland wordt naar de methode onderzoek gedaan (bijv. in Leiden en Rotterdam).

Bespreek ook hoe het matrasje wordt gevormd: een kuiltje dat net groot genoeg is om met licht opgetrokken beentjes in te liggen en dan het liefste met een rugrolletje om het gevoel van een geborgen (krappe) baarmoeder te geven.

Houdt scherp de oortjes in de gaten! Vroeggeborenen hebben nog nauwelijks kraakbeen in hun oortjes. Het zijn slappe flapjes huid die makkelijk gekreukeld onder een zijwaarts liggend hoofd gevouwen kunnen worden en als het kraakbeen zich gaat ontwikkelen dan kan er een vreemd oor ontstaan. Het is daarom verstandig om het oortje bij ligwisselingen in model te brengen.

Vanzelfsprekend mag de couveuse geen beletsel zijn om met je kind te communiceren. Raak je kind aan! Praat tegen je kind! Toen het nog in de baarmoeder zat gebeurde dat vast ook! Geen gꮥ, doen.


Buidelen

Fantastisch om te doen en zodra het ook maar enigzins mogelijk is: buidelen of kangoeroe뮮 Als je blote baby tegen je eigen blote borst ligt, dan is dit het ultieme genieten voor alletwee. Het skin-to-skin contact: daar kan geen couveuse tegenop. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat buidelen positieve invloed heeft op:
a) de productie van moedermelk (Hurst et al., 1997) en eerder starten met drinken aan de borst (Charpak et al., 1998)
b) het vormen van een band tussen de moeder en baby (Hamm et al., 1993)
c) temperatuurregulatie van de baby (Bohnhorst et al., 2001)
d) zuurstofgehalte in bloed (saturatie) (Gale & Vandenberg, 1998)
e) verkorting van de couveusetijd en daarmee eerder naar huis (Harrison, 1997; Martinez, 2000)
f) betere slaapperiode met minder brady's en apneus (Messmer et al., 1997)
g) stabieler hartritme (Cleary et al., 1997)
h) betere ontwikkeling van de hersenen (Tessier et al., 2003)
Buidelen is niet alleen goed voor te vroeg geboren baby's. Ook op tijd geboren baby's die buidelen, slapen langer en dieper (Goldstein Ferber en Makhoul, 2004).

Het is belangrijk dat ook vaders buidelen. Een oproep aan mijn collega-vaders-van-prematuren: zorg dat nieuw wetenschappelijk onderzoek nodig is om te bewijzen dat Gloppestad (1996) ongelijk heeft met zijn studie dat vaders er tot 120% langer over doen om te buidelen.

Wat betekent een vroeggeboorte voor ouders?

De premature geboorte van een kind is een kritieke gebeurtenis in het leven van een gezin en dit kan aanleiding geven tot depressiviteit (Logsdon and Davis, 1997; Miles et al., 1999). Zelfs 40% van de moeders hebben symptomen van depressiviteit, terwijl dit na geboorte van een voldragen baby maximaal 10% van de moeders treft (Davids et al., 2003). Dit is natuurlijk niet zo heel vreemd. Ouders van te vroeg geboren baby's worden ouders van een kwetsbaar kind en zij vrezen voor zijn leven terwijl ouders door de ziekenhuisopname veel tijd "gescheiden" van hun kindje doorbrengen. Een andere oorzaak van stress en depressiviteit moet worden gezocht bij het feit dat ouders "niet klaar" zijn en als het ware zijn overvallen door de vroeggeboorte. Ouders voelen zich verder ook vaak machteloos en hebben het gevoel geen deel uit te maken van de verzorging.
Verder hebben ouders nogal eens een onvervulde informatiebehoeften over aard en omvang van mogelijke pijn van hun couveusekind en wensen zij een grotere betrokkenheid in de behandeling van die pijn. Zorgen van de ouder over pijn bij hun kindje kunnen tot stress bijdragen (Franck et al., 2004).

Onderzoek van Davis et al. (2003) geeft aan dat depressieve symptomen bij ouders vaker en sterker voorkomen naarmate zij lager geschoold zijn. Deze ouders hebben moeite vragen onder woorden te brengen en verplegend personeel moet hierop alert zijn. Het verplegend personeel dient zich verder bewust te zijn van het feit dat ouders niet altijd kritiek durven te geven op de verzorging of vragen durven te stellen, omdat zij zich afhankelijk voelen. De communicatie tussen intensive care personeel en ouders wordt nog verder bemoeilijkt doordat ouders moeite hebben om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de verpleegkundige. Ze zien elke keer weer een ander verpleegkundige en moeten het hele verhaal keer op keer vertellen (Affleck et al., 1991; Redshaw et al., 1996). Natuurlijk begrijpen ouders wel dat er geen vaste verpleegkundige volcontinu bij hun kindje kan zijn en dat verpleegkundigen ook vrij zijn of ziek worden, maar, het maakt de communicatie er niet eenvoudiger op.

Teneinde het hoofd te bieden aan de onzekere ziekenhuisperiode vol stress is de relatie tussen ouders belangrijk. Vaders' steun is voor moeders van vroeg geborenen belangrijk gebleken (Affleck et al., 1991; Miles et al., 1996).


Deze website is zo zorgvuldig mogelijk samengesteld; de auteur aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid. Raadpleeg voor medische aangelegenheden altijd een arts.
[Welkom] [Vroeggeboorte: Wat en Waarom] [Problemen in de couveuse tijd] [Zelf doen in de couveuse tijd] [Verwachtingen] [Medische termen] [Links] [Artikelen en referenties] [Boeken] [Contact] [Awards & Pers]